maandag 2 augustus 2010

Kenia in kleine staat van paraatheid

Klik hier om meer te lezen!

3 weken en 54 smsjes verder

Stroomonderbrekingen, falende internetconnecties, gebrek aan druk om water uit de douche te laten komen, huizen zonder centrale verwarming in de winter, maar er is meer...:

- In het gedeelte Westland zie je veel Indiers. In het stadsgedeelte Karen & Langata dan weer veel blanken. Ook een paar Creolen (mix tussen Afrika en Azie of tussen Afrika en Latino).
- De Uchumi is een supermarket zoals de GB. Echt. Alles hebben ze daar zoals bij ons.
- Als je in Kenia twee jaar met iemand van het andere geslacht samen woont, ben je voor de staat getrouwd. Dit is een tussenoplossing, recent uitgedacht, om customary law (traditioneel recht) te omzeilen en zachtjes over te hellen naar statutory law (staatsrecht). Want in landkwesties en relationele zaken geldt dikwijls nog het traditionele recht.
- In het centrum van Nairobi, of ook town genoemd, zijn geen kinderen te zien.
- Roken is verboden op straat.
- Kranten worden gelezen bij de verkopende straatventer en dan teruggelegd. Over het algemeen is er veel interesse in nieuws.
- Overlijdensberichten in de gazet worden gepubliceerd met foto.
- Bijna elke Keniaan heft twee gsm’s. Internet is daarentegen niet toegankelijk voor elkeen. Hier is phonebanking dus schering en inslag.
- Voor de dames: Mr Price = H&M!
- Een verkeersdrempel noemen zij hier sleeping police.
- Iedereen heeft een residentieadres en een postadres, het laatste meestal in de vorm van een PO Box.
- In Kenia is het onbeleefd te vragen naar hoeveel kinderen iemand heeft. Ik ben dus al onbeleefd geweest tegen Wanjau, de taxichauffeur.
- Als je hier thee vraagt, krijg je chai latte of thee met melk. Je moet dus warm water en een theebuiltje vragen.
- Kranten worden verkocht door straatventers die tussen de stilstaande auto’s in de ochtendfiles staan
- Hier worden koplampen van een auto gestolen, soms terwijl je erop zit te kijken vanachter je stuur terwijl jij aanschuift in de autofile
- Twee weken Matatu en ik ben bijna doof. Zo luid staat die muziek. Meestal enkel rap en hip hop. ‘s Ochtends kan ik nog eens genieten van Classic 105, die een fijn ochtendprogramma heeft.
- Soorten kapsels dat ik hier al zag. Man man man. Gisteren zag ik in de salon (eventjes mijn handen en voeten laten verwennen) hoe ze eigenlijk al die kapsels dragen. Dat wordt er gewoon op gewoven…
- Corruption is evil. Dat staat op het kanariegele regenvestje van de parking attendants.
- In town lopen de mensen overdag al eens rond met een bruine envelope. Binnenin: de papieren die ze nodig hebben voor de meeting waar ze naar toe aan het lopen zijn en hun gsm.

maandag 26 juli 2010

VVOB who?

Time to explain a bit what I am doing here.

The VVOB is the Flemish Association for Development Cooperation and Technical Assistance, a non-profit organization. Commissioned by the Flemish and the Belgian governments, they contribute to the quality of education in developing countries. Their core business is to provide technical assistance in educational projects and programmes. This way VVOB supports local capacity building as a means to stimulate sustainable development and poverty reduction.

This is the theoretical explanation, but what does VVOB Kenya do now in concreto?

VVOB Kenya has three programmes: a Healthy Learning Project, ICT-integration and the School Link Programme.

Last week I travelled to Kajiado for the Healthy Learning Project. We were on a monitoring and evaluation mission. Schools have established kitchen gardens, called shamba, or a poultry project or a hay harvesting project or… Together with that they have a better variety of food for school meals or they can gain income from their production to invest in the school or pupils. At the same time the teachers and students are educated in these methods of gardening and it is taken up as examples in mathematics for instance, so in the learning process. We also checked the hygiene conditions (washing hands facilities, enough toilets, deworming actions, etc.)and the financial administration. No soft approach. No no, cristal clear conditions and goals to achieve. I saw similar projects in Peru, in the form of the school gardens or biohuertos. On my trip I was accompanied by the programme officer of VVOB Kenya Lut, Walema en mr Guleid. These last two were from the Ministry of Education, department Health. The person in charge of this programme, Tom, has just left this morning with Grace from the office to another district to do the same.
ICT-integration in the department of Education has a set of sub-projects: the senior level at the Ministry of Education has been taught on how to use a computer (log on/ off, open a programme, print and using the @) to upgrade their awareness on new technology, but there are many other plans down the pipe. I will be preparing a workshop about ‘ I go to a meeting or I get a document and I have to write about it. Now what? ‘ That is under supervision of Paul and Maaike.
And finally there is the School Link Programme. It connects schools in Flanders and schools in the South. Their relationship can take on very different forms. From sending photographs to a physical exchange... From learning each other's language to sharing teaching materials... From writing letters to development aid... I am mainly assigned to this programme. I will be visiting the three schools: a primary school in Magadi (Masai Area)linked to BS Molenveld Denderhoutem, a secondary school in the slums of Nairobi linked to Maria Assumpta Laken and a girls secondary all Muslim school in Lamu (coastal area) linked to Spermalie Brugge. I will be helping them with the reports, the action plans and set up possible activities they can work out this year. Read more here

maandag 19 juli 2010

TK en het verjaardagsfeestje in Buru Buru

Vooreerst: wie is TK? Aha, dat ben ik. Mijn naam is nu ook niet de gemakkelijkste om uit te spreken, maar dat is nog niet eens de hoofdreden. In Kenia wordt alles afgekort. Maar echt alles. Ik nam even de proef op de som en vroeg dan hoe ze me zouden noemen als ik Bo heette. Ah, B. natuurlijk!

En dan kom ik aan het tweede deel van de titel: het verjaardagsfeestje. Zaterdagmiddag sprak ik af met Louisa in town. We trokken samen naar de verjaardag van de moeder van Koi, een vriendin. Koi, haar afgekorte Kikuyu-naam (Kikuyu is een van de grootste stammen hier), of Sylvia, haar Engelse naam, werkt bij UNEP. Ze had familie en vrienden uitgenodigd om de 50e verjaardag van haar moeder te vieren. Niets speciaals, toch? Mannekes, ontroering en plezier in 1 namiddag!

Laten we even teruggaan naar zaterdagmiddag. Louisa en Tineke nemen de stadsbus naar het stadsgedeelte Buru Buru. Het aangezicht van dit deel is al helemaal anders dan de buurt waar ik woon. We stappen uit in Buru Buru en al wandelend naar het flatgebouw van Koi, toont Louisa me de plaats van de cakelady. Louisa gaat in november trouwen met Matthew en deze dame staat in voor de huwelijkstaart. Echt! Oh, en dan nog niet zomaar eentje, he, in de vorm van Marokkaanse kussentjes. Wat? Jaja, deze taarten moeten een streling voor het oog zijn, en nog lekker smaken ook als het even kan.
Bon, schoentjes uit en meteen krijg ik daar al een welkomsknuffel van de jarige. Kenianen geven graag en veel knuffels. Een van de vriendinnen kwam juist uit Zuid-Afrika en vond de Afrikanen daar zo kil. Ze had de knuffels zo gemist. Bon, van mij heeft ze er alvast 3 gekregen :-).
Ik word meteen mee de keuken in getrokken waar Koi en nog twee andere vriendinnen aan het koken zijn. Een van die vriendinnen is Patricia. Zij speelt mee in een lokale tv-komedie ' Mother-in-law '. Ik sta daar zowaar met een BK (Bekende Keniaan) in de keuken. Dat vertelde Louisa me maar achteraf. De kinderen aanwezig in het appartement waren minder verlegen om mij een hand te geven dan om aan haar goedendag te zeggen. Grappig. Op die manier voelde ik me dan ook niet zo bekeken als mzungu (blanke in het Kiswahili). In het algemeen voel ik me niet echt zo bekenen, toch niet zoals in sommige delen van Peru, waar ze jou constant achterna roepen. Gringa, gringa (blanke in het Spaans). Ik had het misschien al vermeld, maar de Kenianen zijn heel hartelijke en vriendelijke mensen.
In de keuken hoor ik dan een mengtaaltje van Engels en Swahili, Kikuyu. Bon, de vriendinnen zijn op een bepaald moment overgeschakeld op het pure - let wel, met Afrikaans accent - Engels. Zo zat ik er iets minder voor spek en bonen bij, maar in feite is er zoveel te observeren dat je je eigenlijk niet echt verveelt. Kleine noot: eigenlijk is de taal onder elkaar niet het Engels, maar iedereen kan het wel spreken.
Op een bepaald moment hoor ik op de radio - waarbij de uitzendingen wel in het Engels worden uitgezonden - een dame het volgende zeggen: " The women are born to help their men". Waaaaaaaaaaaat? Ik laat mijn verwondering blijken en we geraken aan de klap over de bijbel. En dan zijn zij op hun beurt verwonderd: denk jij dat de Bijbel een verhaal is? Schi-tte-rend. Maar ze bekijken me niet scheef, gaan gewoon in dialoog en even later halen ze zelfs de humordoos boven over God. Volgens hen zapt God naar Kenia als hij komedie wil zien. Hij roept er dan ook Abraham en Gabriel bij. Hi-la-risch!
Nu, we hadden er dan wel over gelold, maar dan kwam het officiele gedeelte van het feestje. Met een bijzonder religieus tintje. Na de lunch (late namiddag lunch) volgde het aansnijden van de cake. Wij blazen kaarsjes uit. Nadien volgen de speechen. Oink, dacht ik, maar het was heel ontroerend. Iedereen mocht een zegje doen gericht aan de jarige. Wat een lofzangen en man, geprezen dat zij is. Ik denk dat ik voor een heel leven zou geprezen zijn. En ja, uiteraard slaan ze mij niet over. Gelukkig was ik een van de laatste en kon ik even spieken en nadenken, want goh, dit was de eerste keer dat ik ze zag. Hierna volgde een speech van de jarige, een gebed, de bijbelse dankwoorden en een Kikuyu-lied. Denk die bijbelse zaken even weg en dan kreeg je een heel warme situatie. Ik was ontroerd.

Op de terugweg maakte ik dan nog een furie in het Swahili mee van de sidekick tegen een van de passagiers. Terecht naar het schijnt. Bij de halte kwamen er al meteen mensen van op straat door de deur kijken. Louisa wees me erop dat Kenianen nogal dramaqueens zijn en wel van een beetje show houden :-). Eens terug in town, neem ik de Matatu terug naar Kileleshwa. Wat een dag!

vrijdag 16 juli 2010

The 'matatu'

On the second day I managed to get to the matatu area all by myself without any mistakes. This photographic memory of mine does come in handy now and then :-). But of course, I took the wrong one. Before we left I dubbel checked the number, because the sidekick was repeatedly shouting 40 and I had to be on number 48. So I asked the lady next to me and she assured me I was on number 48 and that the number he mentionned was the price. But, it appears there are multiple directions to Kileleshwa. At least I got to see Riverside drive now, a route full of embassies. The Belgian one is not situated over there by the way, but is located near the UN Headquarters at the East side of town. No need to panic, I remembered that is how I got to know Izmir in those days :-D.

The matatu is a means of local transport. At the entry point in town it does not leave untill it is full. Once on the road it picks up people and drops people off on a fixed route. It can take up to 12 passengers. I've seen it before in other parts of the world. In Turkey it is called a dolmuş, in South America this kind of transport is a car instead of a bus. There are some differences though. Some of those Kenian buses have a television screen and an incredible sound system! Others are silent. And the sidekick (who collects people before leaving and the bus fee while driving) tabs you on the shoulder to signal that it is time to pay.

It is always some kind of couleur locale, because it is usually filled with more passengers than vacant places. Not in Nairobi. A few years ago there was a new guideline (law) voted that says the driver should have a certificate of good conduct, both the driver and his sidekick should wear a uniform, there are no more passengers allowed than seats and the driver should wear a seat belt. The matatu-workers refused, but they had to compete with the commuters who WALKED from their homes to work for THREE months. So, although striking on the street is prohibited one can call this a form of silent, yet effective protest, because it worked! The downside: there are more matatus which causes an even bigger traffic jam in the morning. But then again, as a city you could think twice when you see all of these cars with only one driver. They told me more and more people can afford to buy a vehicle. Together with the fact that just recently they can purchase second handed imported cars from Japan for instance, this causes a roadblock between 7 and 8 am. Clean air in Nairobi town? Hmmmm....

dinsdag 13 juli 2010

Jambo

Of ‘hallo’ in het Swahili. De taxichauffeur Wanjau heeft me al een aantal woorden aangeleerd. Diezelfde man was ook diegene die me zaterdagnacht belde, toen ik nog in Gent was, om te vragen waar precies ik stond op de luchthaven, want hij vond me niet. Het was ook diezelfde man die ik dan maandagmorgen zelf kon opbellen om te weten waar hij precies stond, want nu vond ik hem niet.
Een klein resem aan misverstanden later werd ik dan toch netjes afgezet bij Joy, de jonge dame bij wie ik een kamer heb. Het is 5.30 am. Nog donker, want aangezien Kenia dicht tegen de evenaar ligt is het hier 12 uur licht en 12 uur donker het gehele jaar door. Het eerste wat mijn roommate zegt is “waw, I was worried”. Ik voelde me al meteen op mijn gemak. Het huis is ongelooflijk mooi, ruim. De blok waarin ik de volgende maanden resideer heet ‘Victorian Villas’ en is te situeren in Kileleshwa, in het westelijke deel van de stad Nairobi. Om binnen te kunnen klop je aan de poort en overdag laat Simon jou binnen en ‘s nachts is dat Benson. Die laatste had trouwens een wintervest aan om ‘u’ tegen te zeggen. Ik ben gearriveerd in het winterseizoen, te vergelijken met een van de betere lentedagen bij ons. Ik vraag me dus af wat ze allemaal niet zouden aan doen om het warm te krijgen in onze winter.
Ik sla nog een praatje met Joy waarin ik terloops vermeld dat ik een gsm en sim-kaart zal nodig hebben. Ze belt meteen Wanjau, de taxichauffeur, op om hem om dat hebbedingetje te sturen van het moment de shops openen. Ik laat een paar centjes achter in haar handen en tegen de tijd ik wakker word, ligt daar een Nokia-doosje op de keukenkast. Ik had intussen toch een paar uurtjes gedut, want de tweede vlucht had ik niet echt veel geslapen. Misschien moest ik nog even de stress van de 50 minuten vertraging van de eerste vlucht laten passeren. In tien minuten door transit passeren, met licht hollende tred, was toch weer een ervaring. Het volgende vliegtuig is dan ook wel met vertraging vertrokken, maar daar kan je natuurlijk niet op rekenen. Ik weet niet of de voetbal daar voor iets tussen zat. De enige goal werd gemaakt zo rond de tijd de laatste passagiers de vlieger opstapten.De wachtende reizigende Nederlanders zouden trouwens in de tv gekropen hebben indien ze konden.
Intussen ben ik in het kantoor van de ngo VVOB. Hoe ben ik daar geraakt? Neen, ik ben opnieuw niet aan mijn lot overgelaten. Mijn mentor Louisa, met wie er al e-mailverkeer was de laatste maanden, heeft me meegetroond naar de werkplaats van de volgende maanden. Hoewel, voor volgende week staan er al werkbezoeken op de planning.
Kort: goed en wel gearriveerd & heel erg op mijn gemak door het fijne ‘karibuni'(welkom).